Fortwachterswoning
Deze woning, gebouwd in 1890, is buitenwerks
lang 15,52 meter,
breed over 5,05 meter, lengte 6,65 meter en overigens breed
5,44 meter, hoog onder de muurplaat 4 meter, en tot de nok
6,8 meter; tegen de zuidwest- zijde is een privaat, lang 2,55,
breed 1,1 meter.

De buitenwanden zijn van planken met een beklamping aan de
binnenzijde van metselwerk, dik 0,11 meter; zij rusten op gemetselde
fundamenten, hoog 0,42 meter, gemiddeld dik 0,44 meter, aangelegd
op het natuurlijk staal.
Op deze fundamenten is een rondgaande voetmuur, hoog 0,66 meter,
dik 0,22 meter.
De kap is met pannen gedekt op een beschieting van planken.
Tegen de noordwestelijke gevel zijn aangebouwd een houten
bergloodsje, binnenwerks lang 3 meter, breed 2,2 meter, en
een houten tochtportaal, lang en breed 1,1 meter.
De woning is op de begane grond door binnenmuren, dik 0,11 meter,
verdeeld in:
1 vertrek, lang 5 meter, breed 4 meter, met twee kasten;
1 vertrek, lang 3,5 meter, breed 3 meter, met twee kasten;
1 portaal, breed 0,9 meter, met trap naar de zolder en waaronder een kast;
1 keuken, lang 3,5 meter, breed 2 meter, met trap naar de kelder,
groot 3,5 meter bij 2 meter;
1 gang, breed 1 meter, met privaat, lang en breed 1 meter;
1 vertrek, lang S meter, breed 3,47, met twee kasten en
1 vertrek, lang 5 meter, breed 2,67 meter.
Op de zolderverdieping is een kamertje,
waarin bedstede
en kast afgescheiden.
De lokalen hebben houten vloeren.
Het dakwater van de woning wordt vergaderd in een cementstenen regenbak.
De pomp in de keuken staat in verbinding met deze regenbak.
De privaten lozen in een cementstenen privaatput.
De gootsteen loost ineen zinkput.
Rondom het gebouw ligt een rabat van straatklinkers.


