Geniedijk

De Linie door de Haarlemmermeerpolder (Geniedijk) maakt onderdeel uit van de
voormalige Stelling van Amsterdam, de kringstelling van permanente verdedigingsbouw
rond de hoofdstad, die tevens gold als Nationaal Reduit en werd aangelegd tussen
1880 en 1920 door het Departement van Oorlog.
Volgens de militaire bevelstructuur lag de linie binnen de sector Sloten uitgestrekt over
groep Halfweg, vak Vijfhuizen, en groep Schiphol, vakken Hoofddorp en Aalsmeer.



Met de inpoldering van de Haarlemmermeer in de jaren 1848-1852 kwam er niet
alleen een zeer groot stuk nieuwe landbouwgrond beschikbaar maar wijzigde
tegelijkertijd de strategische situatie in de verdediging van Amsterdam.
Daarom legde de Genie aan de randen van de toekomstige polder tussen 1843 en 1846
op vier punten torenforten aan die de belangrijkste nieuwe toegangen tot de hoofdstad
zouden kunnen bestrijken.
Deze forten volgens een oud concept gebouwd dat ook bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie
werd gehanteerd, bleken na zeer korte tijd volledig achterhaald.
Bij het uiteindelijke ontwerp van de Stelling van Amsterdam vanaf omstreeks 1880,
projecteerde men daarom een zware aarden liniewal — de Geniedijk - als waterkering
en hoofdverdedigingslijn dwars door de polder, met daaraan forten, batterijen,
verbindingswegen en inundatie-middelen.
Tezamen vormden deze werken de Linie door de Haarlemmermeerpolder.
De liniewal vormde en vormt hierin het bindende element.

Plaatsaanduiding.
Bezuiden Vijfhuizen, voorbij de bocht van de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder
begint in aansluiting op de ringdijk de Linie.
Vanaf het Fort bij Vijfhuizen loopt deze in de vorm van een aarden wal met diverse
voorzieningen in een rechte lijn (NNW-ZZO) tot aan de Hoofdvaart en buigt dan
in twee stappen met een flauwe knik aan de Rijnlanderweg af naar de richting NW-ZO,
tot de wal aansluiting vindt op de ringdijk van de polder ter hoogte van Rijsenhout.
De liniewal is hiermee de meest omvangrijke van de zeven dijken die speciaal voor
de stelling van Amsterdam werden aangelegd.
Bovendien vormt deze met de vrijwel symmetrische aanleg ten opzichte van de Hoofdvaart
het meest regelmatige voorbeeld, dat in vrijwel al zijn onderdelen nog bewaard bleef.
In het totale beloop van de stelling neemt de Haarlemmermeerpolder het zuidoostelijke
segment in, als overgang tussen de smalle westelijke inundatiestrook en de
zuidélijke veengebieden.
Fort bij Vijfhuizen, het eerste fort vanaf het westen gerekend,
volgt op de oude locatie aan de Liede en Fort bij Aalsmeer krijgt een vervolg in de Linie
Kudelstaart-Uithoorn en Fort bij Kudelstaart aan de overzijde van de Westeinder Plassen.
Met het verloop dwars door de polder wordt het cirkelvormig verloop van de stelling benaderd.
Dat zou niet het geval zijn geweest wanneer ofwel de Haarlemmermeer in zijn geheel binnen
de hoofdverdedigingslijn was gebracht ofwel er juist buiten was gebleven,
opties die aanvankelijk serieus werden overwogen.

De bestemming van de wal was tweeledig.
Als inundatiekering hield deze het noordoostelijk deel van de polder droog en als
verdedigingslijn voorzag de wal in opstelplaatsen voor verrijdbaar geschut en
maakte tevens troepen- en materieeltransport onder dekking mogelijk.
Dé kwestie van het transport overigens werd voor dit stellingdeel zeer gunstig uitgewerkt
door de treinverbinding van Haarlem naar Kudelstaart vlak achter de liniewal te leggen.
Tussen Vijfhuizen en Hoofddorp betrof de onderlinge afstand zelfs maar enkele tientallen meters.
In oorlogstijd zou de lijn voor militaire doeleinden worden ingezet.

Aanduiding in tijd.
De liniewal werd aangelegd in verschillende opeenvolgende bouwcampagnes volgens
drie bestekken waaraan tussen 1890 en 1895 uitvoering werd gegeven.
Allereerst begon men met het meest oostelijk deel bij Fort hij Aalsmeer,
tot aan de Aalsmeerderweg.
Vandaar lag het werk in twee delen verdeeld met als scheiding de Hoofdvaart.
De totale lengte van het werk bedroeg ruim negen kilometer.
Ook de locaties van de forten en batterijen hadden in deze periode de aandacht.
Het aardwerk met zandballast vanaf 1890 en het verdedigbaar aardwerk
daar kort opvolgend vanaf 1893.
De fortgebouwen en andere betonwerken als de nevenbatterijen kwamen pas aan de orde
na de voltooiing van de liniewal, tussen 1897 en 1905.
Met de oplevering van Fort hij Vijfhuizen in 1897 werd tevens een van de twee vroegste forten
in de totale stelling gecompleteerd.

Aanleg.
De hoogte van het dijklichaam is uitzonderlijk.
Hoewel de inundatie slechts enige decimeters bedroeg, werd gekozen voor een
hoogte overeenkomstig aan die van de polderringdijk; mocht de vijand met
behulp van het zuidelijke gemaal ‘Leeghwater’ de inundatie hoog opzetten,
dan zou dat voor het stellinggebied geen consequenties hebben.
Verder kwam de hoogte de communicatie over de gedekte
gemeenschapsweg zeer ten goede.

De liniewal is voorzien van een kanaal aan front- en aan keelzijde,
met daarlangs op de berm jaagpaden
(aan keelzijde tegenwoordig grotendeels fietspad;
aan frontzijde niet meer herkenbaar behalve als stukken van het huidige fietspad),
en is verder uitgerust met een banket aan de keelzijde en een flauw aflopende kruin.

Meer exact zag het profiel van front naar keel (ZW naar NO) er als volgt uit:
 

Onderdeel             breedte (m)         niveau tov. oorspr. A.P.
Voorkanaal                10 (bodem)
kanaalglooiing
berm                              1                    4,75 m-
glooiing                         2,2                 4,75 m-   tot   3,65 m-
jaagberm                      4                     3,65 m-   tot   3,55 m-
glooiing                         9,75               3,55 m-   tot   0,2   m+
kruin                              4                     0,2   m+  tot   0,5   m+
glooiing                         2                     0,5   m+  tot  1,2    m-
banket                           0.75               1,2   m-
glooiing                         3,5                 1,2   m-    tot  3       m-
jaagweg                        7                    3       m-   tot   3,3   m-
kanaalglooiing
Achterkanaal                8 (bodem)


Het dijklichaam bestond uit hoofdzakelijk drie zandkisten over de gehele lengte die
bekleed waren met een laag kleigrond; onder de dijk zelf, onder de benen.
Tevens werd zand toegepast als beddingen voor de batterijen en funderingsplaat bij de forten.
De kruisende accessen werden als gezegd opgehoogd en voorzien van een klinkerbestrating
(5 m in de doorgang, daarbuiten 6 in breed) en de jaagpaden kregen een verharding van grind.
In vredestijd konden deze jaagpaden ook door de boeren gebruikt worden
die er met stoomploegen overheen reden.

Bij de damsluizen voerde het jaagpad over brede bruggen.
De wal was afgesloten met 16 houten hekken en het vee werd op afstand gehouden met
prikkeldraadafrasteringen.
Behalve de stukken voor de kruisende wegen kwamen aan de wal 46 opritten in de
gedeelten tot aan de Aalsmeerderweg.

Het Voorkanaal week om de batterijen en opstelplaatsen heen.
Dit kanaal konden de landbouwers bij vrede gebruiken om met schepen hun oogst
en vee te transporteren.
Bijzonder daarbij was de aanleg van de schutsluis achter Fort bij Aalsmeer.
Het grote hoogteverschil tussen de ringvaart en het polderpeil
werd hier in twee stappen genomen.
Vóór de aanleg van de stelling bestond er geen scheepvaartverbinding met
de waterwegen buiten de polder.

De in principe gesloten aarden barrière die de wal vormde, werd noodzakelijkerwijs
op punten waar deze bestaande poldertochten en doorgaande wegen ontmoette doorsneden.
Op deze punten werden voorzieningen aangebracht die de walopeningen ongedaan konden
maken wanneer de linie in staat van verdediging werd gebracht
en de inundaties zouden worden gesteld.
Vrijwel alle middelen bestaan nog; een enkele werd voor een latere vervangen.
Daarnaast vroegen de uitbreiding van Hoofddorp en de toenemende
verkeersstroom om enige nieuwe doorsnijdingen.
In de wal zijn vanaf de Cruquiusdijk bij Vijfhuizen tot aan de Aalsmeerderdijk bij
Rijsenhout de volgende doorsnijdingen gemaakt:

o - Spieringweg
* - IJtocht
o - fietspad
* - IJweg
o - Weg om de Noord (N 201)
o - fietspad
x - Kruisweg
* - vm spoorweg Hfd-Nvp
o - Paxlaan
o - fietspad
o - fietspad bij fort
* - Hoofdweg-}Hoofdvaart-Hoofdweg
o - Nieuweweg
o - Van Heuven Goedhartlaan
o - NS-station Hoofddorp en spoorlijn
o - fietspad
* - Rijnlanderweg (oorspr. Sloterweg)
*) - Rijksweg A4 (toevoeging)
* - Slotertocht
x - Aalsmeerderweg


waarbij: * = oorspronkelijk en voorziening aanwezig (zie de objectbeschrijvingen);
x = oorspronkelijk maar voorziening verdwenen of vervangen;
o = doorsnijding niet-oorspronkelijk

Aan de wegen, die zelf bij de kruising met de wal omhoog werden gevoerd,
legde men kleidepots aan om het aardlichaam aan te vullen.
De poldertochten kregen stenen damsluizen door de wal die met
schotbalkdammen konden worden gesloten.
 

Het gedeelte Geniedijk Oost.

Benedenschutsluis/voorkanaal bij Fort bij Aalsmeer.

Voorkanaal vanaf de schutsluis.

Geniedijk vanaf Genieloods/Fort bij Aalsmeer richting Aalsmeerderweg.

Geniedijk vanaf halverwege Aalsmeerderweg richting Fort bij Aalsmeer.

Geniedijk vanaf Aalsmeerderweg richting Fort bij Aalsmeer, Achterkanaalzijde.

Kruising Aalsmeerderweg / Geniedijk richting A4.

Kruising Aalsmeerderweg / Geniedijk richting A4.

Geniedijk tussen Aalsmeerderweg en A4 richting A4.

Traversen in de Geniedijk ter hoogte van de A4.
Aarden wallen tegen mogelijke zijwaarts inkomende schoten en scherven.

Kanonkazemat in de Geniedijk bij de A4 (1937).

Damsluis in de Slotertocht bij de A4

Mitrailleurkazemat in de Geniedijk bij de A4 (1934).

Mitrailleurkazemat in de Geniedijk bij de A4 (1934).

Kruising A4 / Geniedijk richting Aalsmeerderweg,

Geniedijk vanaf halverwege de Rijnlanderweg richting A4 met Munitieopslagplaatsen.

Acht Munitieopslag magazijnen (1950).
Sinds 1977 niet meer in gebruikt.

Geniedijk richting de kruising met de Rijnlanderweg.

Batterij aan de Sloterweg.

Geniedijk vanaf de Batterij aan de Sloterweg richting  spoorlijn/Hoofddorp.