Nevenbatterij bij Fort bij Aalsmeer

Ten noordwesten van het fort bij Aalsmeer is de nevenbatterij
onder een flauwe hoek opgenomen in de liniewal, enigszins naar
het fort gewend. Het vormt één van de drie nevenbatterijen in
de wal die alle in de nabijheid van een fort werden aangelegd.



Het geschut zou het terrein buiten de stelling in zuidwestelijke
tot zuidelijke richting bestrijken. Waarschijnlijk werd het
betonwerk uitgevoerd omstreeks 1906, zoals zich laat af lezen
uit de gedateerde ontwerptekening.
De batterij was bestemd voor verrijdbaar geschut dat in vredestijd
elders in de genie- en artillerieloodsen stond opgeslagen.

De nevenbatterij bestaat uit vier geschut-opstelplaatsen tussen
vijf munitiemagazijnen die in steenslagbeton zijn uitgevoerd.
De opstelling ligt even terug ten opzichte van de wal, die zelf
de aarden frontdekking ervan uitmaakt.
Tussen de geschutbanken zijn traversen aangebracht, in het verlengde
van de magazijnen, op de uiterste hoeken hoger dan bij de tussenliggende.
Op de magazijnen is de dunne laag aarde aanwezig.
Het betonlichaam rust op een zandbed.
Tussen de magazijnen zijn borstweringsmuren geplaatst, waarachter
het geschut kon staan, en waarin voor elke opstelplaats twee munitienissen
werden aangebracht.
De stalen luiken die deze nissen sloten werden verwijderd.
Vanaf deze plaatsen ligt de toegang naar de munitiemagazijnen.
De beide middelste zijn van twee zijden bereikbaar, die op de hoeken
alleen vanaf de gedekte zijde. De magazijnen vormen rechthoekige
ruimten die naar frontzijde in een trapezium toelopen en af lopend
gedekt zijn. .
De overspanning is aan de onderkant met spoorrails verstijfd.
Bijzonder aan deze batterij is dat drie van de acht stalen schuif
deuren bewaard bleven. Deze bestaan uit enkele pantserstalen opgeklonken
platen die in een bovenrail met wielen zijn afgehangen, voorzien van
kijk/schietgat.
Boven de deur beschermt een stalen slab de opening tegen regenwater.