Schutsluis met inlaatduiker bij Fort bij Aalsmeer

Benoorden het fort bij Aalsmeer komt het Voorkanaal van de linie
door de Haarlemmermeerpolder uit op de Ringvaart van de polder.
De schutsluis die het Voorkanaal van de Ringvaart scheidt,
wordt ingeklemd tussen de keelzijde van de fortgracht (Z)
en de genieloods in het noorden.
De sluis werd gebouwd in de jaren 1890-1891,
dat is gelijktijdig met de aanleg van de linie.



Uitvoerig ligt de bestemming omschreven:

‘De schutsluis is bestemd om in oorlogstijd inundatiewater
van uit de Ringvaart op het Voorkanaal in te laten en dient
tevens tot het vormen van gelegenheid tot scheepvaartgemeenschap
tusschen de Ringvaart en de polderwateren, ook in vredestijd.
De inlaatduiker met verbindingskoker tusschen het bovensluishoofd
en de gracht van het Fort bij Aalsmeer dient om in oorlogstijd
de gracht tot een hooger peil te kunnen opzetten.
De hevel dient om in vredestijd van uit de bovenschutkolk water
op de fortgracht te kunnen brengen tot het onder water houden van
de houten fundeering van den verbindingskoker en in ‘t algemeen
den grachtwaterspiegel op zeker peil te kunnen houden zonder
daartoe de schuiven en de kleivulling van den inlaatduiker te
behoeven uit te nemen.
Een schotbalksluis onder de ophaalbrug in den Ringdijk aan het
zuidelijk einde der Voorhaven dient om bij eventueele noodzakelijkheid
tot het buiten werking stellen van de schutsluis den toegang
tot de Voorhaven af te sluiten en voorts om door middel van de
schotbalkkeeringen zoowel van de schutsluis als van die sluis in
den Ringdijk bij het inlaten van inundatiewater het verval te
kunnen regelen.’


De hevel, de ophaalbrug in de ringdijk en de daaronder gelegen
sluis zijn thans alledrie verdwenen.
Het werd pas voor het eerst door de aanleg van deze getrapte
schutsluis mogelijk om per schip vanaf de Ringvaart op de polder
te komen.
Niet alleen kreeg dus de voorziening militair belang maar tevens
vormde deze een welkome uitbreiding op de transportmogelijkheden;
bepaald was dat in vredestijd de sluis voor landbouwdoeleinden
mocht worden gebruikt.
Vanaf toen konden bijvoorbeeld oogsten zonder overladen per schuit
worden afgevoerd.

Het hoogteverschil tussen de waterniveaus van de Ringvaart en het
polderpeil wordt met enkelkerende schutsluizen in twee trappen genomen.
De bovensluis bracht schepen van Voorhaven (Ringvaartniveau) op het
Tussenkanaal met aan het andere eind de benedensluis die weer van dit
tussenkanaal naar het Voorkanaal (polderpeil) schutte en vice versa.

Daarmee vormt het sluiscomplex het meest omvangrijke voorbeeld dat
exclusief voor de Stelling van Amsterdam werd aangelegd.

Van de Schutsluis bij Aalsmeer met inlaatduiker zijn als onderdelen
van het complex in het veld te onderscheiden:
- de voorhaven;
- de bovensluis met inlaatduiker;
- het tussenkanaal;
- de benedensluis
De sluis is tegenwoordig niet meer in bedrijf.

Toen de schotbalksluis en de ophaalbrug daar overheen die de Ringdijk
eertijds onderbroken en toegang tot de Voorhaven verschaften verdwenen,
werd in de plaats daarvan het dijklichaam doorgezet.
De voorhaven bestaat uit een wijde kom die in hoofdvorm en afmetingen
bewaard bleef.

.De bovensluis werd in baksteen opgetrokken op een onderheid
roosterwerk en voorzien van een gemetselde sluisvloer en een
ontvangbed en stortebed aan de Voorhaven respectievelijk aan
het Tussenkanaal.
In de lengte van 26,6 m zijn twee paar eikenhouten puntdeuren,
bestaande uit harren en regels met diagonale beplanking aangebracht,
die scharnieren tussen de deurkassen in de sluismuur en de
hardstenen slagdorpel in de sluisvloer.
Voor het openen en sluiten van de deuren staat op de sluismuur
bij de rechterdeur een kaapstander met duwpers die op de slingers
na compleet is.
De rechterdeuren (noord) van de stellen, bevatten steeds een schuif,
welke met een windwerk en tandheug opgenomen kunnen worden.
Om deze te bereiken ligt over de deuren een loopbrug met breedte
van de deur en voorzien van een reling.
De deuren worden in de deurkassen geborgen en stuiten tegen hardstenen
kussens.

De bakstenen sluismuren (in kruisverband gemetseld) zijn op de
sluishoofden met hardstenen zerken gedekt. Hardsteen werd verder
toegepast voor de sponning van de deurkassen, voor de totaal zes
haalkommen (met smeedijzeren grijpankers) en voor de jaartalsteen
“1891” in de linker sluismuur (Z).
Vier paar sponningen die gedeeltelijk nog hun pleister bezitten,
kunnen vóór de buitendeuren en achter de binnendeuren een dubbele
schotbalkwand inlaten. De schutkolk werd enige jaren geleden voor
de binnendeuren met aarde dichtgezet. Erachter werd een betonnen
sluitmuur in een paar sponningen geplaatst die de sluis tegenwoordig
definitief sluit.
Het buitensluishoofd wordt gevormd door haakse retourmuren aan beide
kanten, terwijl aan het tussenkanaal de sluismuren in gespreide en
aflopende vleugelmuren eindigen. In de zuidelijke retourmuur is een
ondiepe (peilschaal)sponning uitgespaard.
Een peilschaalfragment is in de rechter retourmuur zichtbaar.
Over de schutkolk ligt een provisorische loopbrug (van later datum),
vervaardigd uit een dek van schotbalken dat geflankeerd wordt door
houten leuningen.

Door middel van een inlaatduiker ligt met de bovensluiskolk de fortgracht
van het Fort bij Aalsmeer verbonden. In de linkersluismuur (zuid) zit
onder het schutpeil een opening die naar een kleine aparte kolk loopt.
Vanaf hier loopt een duikerbuis die met dubbele schuiven en een aardvulling
was gesloten. In geopende stand zou die bij oorlog het fortgracht peil
omhoog brengen. De dagelijkse verbinding werd buiten deze afsluiting om
met een hevel tot stand gebracht. De hevel is verdwenen.
De gemetselde schacht ligt naast de schutkolk tussen deze en de fortgracht.
Aan de fortgracht ligt de mond van de gietijzeren duikerbuis.

Het tussenkanaal met afgeronde hoeken voert van de Bovensluis naar de
Benedensluis. Grote delen van de basalt beschoeiing zijn in tact gebleven.
Zo ook moet de bodem van het kanaal met een basaltbed bekleed zijn.

Voor de beschrijving van de benedensluis kan worden verwezen naar die
van de bovensluis. In dit geval echter is de sluis uit de aard der
ligging een stuk lager opgetrokken dan de Bovensluis;
de sluismuren reiken even hoger dan de kaden van het Tussenkanaal.
Bovendien is de sluiskolk geheel dichtgezet.
De sluis sluit aan op de loop van het Voorkanaal.
Delen van het talud tegen de sluis zijn met basalt bekleed dat nog in
fragmenten bewaard bleef.